Een lach en een traan
Tangkahan - Medan
Gisteren vroeg op bed, omdat ik me niet helemaal 100% voelde, daardoor kan ik vandaag gelukkig weer mee. Na een korte ochtendwandeling van zo'n 30 minuten, onze hond van de junglelodge wandelt gezellig mee, arriveren we bij een grote open ruimte waar een tiental olifanten staan. Van alle kanten komen toeristen naar deze plek om de olifanten te wassen. Deze nieuwe toeristische trekpleister bestaat nu ca 5 jaar. Het is opgezet om enerzijds de olifanten te beschermen tegen stropers en anderzijds om de immense omvang van de palmolieplantages een halt toe te roepen. De lokale bevolking moest dus een andere bron van inkomsten zien te vinden. In beginsel werden met deze olifanten jungletrekkings gehouden. De dieren vernielden echter teveel oerwoud, waardoor de tochten werden vervangen door wandeltochten door de rivier. Door toenemende druk van toeristen is ook dit gestopt en worden de olifanten nu gewassen. Wanneer de dieren het water in zijn gegaan, laten ze zich lekker kopje onder gaan en eentje gaat er lekker vandoor, omdat de takken aan de overkant van de rivier wel erg lekker zijn. Uiteindelijk keert hij toch terug en begint voor ons "het werk". Met schrobborstels proberen we zoveel mogelijk zand en vuil van de dieren te verwijderen. Ook de jonge olifantjes gaan gewillig op hun zij liggen om gewassen te worden. Soms helpen ze een handje door zelf wat water over zich heen te spuiten. Daarna mogen ze spelen en mogen ze een douche verzorgen voor degenen die hen schoongeboend hebben. Shaya gaat er volledig voor en de olifant lijkt er ook geen genoeg van te krijgen. Tot slot mogen we hen nog voeren. Banaan, bamboe en grote stukken pompoen verdwijnen zo in hun holle kies.
Tijd nu om onze spullen te halen bij de jungle lodge en weer in de bus te stappen bij onze chauffeur Judi. Waar we 's morgens nog veel hebben gelachen, eindigt deze middag in tranen. Judi krijgt zojuist te horen dat zijn moeder plotseling is overleden. Gelukkig zijn we op weg naar Medan, waar hij woont. Hij is de enige zoon en moet dus ook alle besluiten nemen voor de uitvaart die binnen 12 uur moet plaatsvinden. De rest van de rit zijn we stil en even later nemen we afscheid van Judi, een dag eerder dan gepland en heel anders dan we ons hadden voorgesteld. Onze gids neemt zijn rol als chauffeur over, maar de sfeer is nu toch anders.
We maken nog een rondrit door Medan, waarbij we het paleis van de sultan bezoeken, de moskee en de Chinese tempel. De Chinese gemeenschap is hier enorm groot en de dure huizen worden allemaal bewoond door Chinezen. Er staan grote betonnen muren omheen, die aandoen als een compound. Alle oude statige panden uit de periode van de Nederlanders worden tegenwoordig gebruikt als consulaten. Na een beladen dag rusten we nu uit in ons mooie hotel buiten de stad om morgen te vertrekken naar het eiland Pulau Weh.
Nog dieper de jungle in naar Tangkahan
Bukit Lawang - Tangkahan
Met weemoed verlaten we Bukit Lawang. Vandaag vertrekken we per jeep, omdat de wegen dermate slecht zijn, dat we niet met het busje kunnen. De wegen zijn onverhard, er zijn vele kuilen en het is rotsachtig. Aan weerszijden staan palmbomen, waar arbeiders bezig zijn de grote vruchten eruit te snijden voor de productie van palmolie. Om de zoveel tijd zien we een gele vrachtwagen voorbij rijden, waar de vruchten bovenop gegooid worden. De dorpjes zijn primitief en de kinderen zwaaien ons uitbundig toe.
In Tangkahan arriveren we bij de rivier. Via een lange hangbrug gaan we richting onze junglelodge. Deze is schitterend gelegen bovenop een rots bij de rivier. Terwijl we zitten te lunchen zien we een varaan die zich nestelt op een boomstronk langs de rivier. Even heerlijk opdrogen in de zon. Het is plakkerig warm en we besluiten om lekker even naar de rivier te gaan alvorens we straks naar de olifanten gaan om ze te wassen. We kunnen even lekker afkoelen. De lucht wordt echter steeds donkerder en we horen de donder steeds dichterbij komen. We besluiten om onze trip naar de olifanten te verplaatsen naar morgen. We hebben het besluit nog nauwelijks genomen, of het komt met bakken uit de hemel. Zo'n echte tropische regenbui, maar dan ook nog met onweer erbij.
De plaatselijke honden zoeken dekking onder onze tafel en wij zijn blij dat we het juiste besluit hebben genomen, want het zou veel te gevaarlijk geweest zijn. Bovendien hadden we nog een half uur heen en een half uur terug moeten wandelen door de jungle en we weten inmiddels hoe glad dat kan zijn, ook als het nog niet eens geregend heeft.
Tijd nu voor een boek of puzzelboekje, want voor een goed gesprek is er nu ook teveel lawaai door de stromende regenval.
Heel veel Orang Oetangs
Bukit Lawang
Wat hebben we genoten vandaag. Vroeg op, want om 7 uur trekken we de jungle al in. Eerst langzaam wandelend over nog redelijk geciviliseerde paden, maar al snel worden de paadjes steeds smaller. We hebben geluk, want al heel snel zien we een Orang Oetang moeder met haar kleintje. Omdat deze dieren heel goed weten dat wij eten bij ons hebben komen ze steeds dichterbij. Via allerlei lianen proberen ze de dichtstbijzijnde boom te vinden om naar beneden te komen en een banaantje in ontvangst te nemen. Deze dieren leven solitair, dus een groep zal je nooit zien. De kleintjes blijven tot hun zevende jaar bij de moeder en trekken er dan op uit. We vervolgen door de dichte jungle en even later ontdekken we de Thomas Leaf monkeys in de toppen van de bomen. Dit zijn de funky apen, met een kuifje op hun kop en erg lange staarten. Achter ons loopt een mannetjes baviaan die even stoer wil doen. We lopen dwars door de jungle, kleine glibberpaadjes, hangend aan de lianen om overeind te blijven, maar alles voor het vinden van de apen.
Een heerlijke fruittafel (op een plastic vloerkleedje op de grond) onderbreekt onze tocht even. Ananas, passievruchten, mandarijnen, twee soorten watermeloen en banaantjes worden verorberd. Ondertussen zijn we onze tocht weer vervolgd en we zien werkelijk de ene na de andere Orang Oetang. Allemaal even geweldig om te zien en we mogen hen ook zelf te eten geven. De Orang Oetang pakt mijn hand vast als steunpunt om met zijn andere hand een stukje mandarijn te pakken. Ze vindt het zo gezellig dat ze niet meer los wil laten. Wat een schitterende dieren. Zes uur lang trekken we de jungle door om te mogen genieten van deze dieren. We hebben echt geluk dat we er zo veel zien, want gisteren, toen het regende, kwamen ze niet te voorschijn. Ook de longtail makaken en Thomas Leaf monkeys laten zich veelvuldig zien. Op de grond is het modderig, liggen vele boomwortels en lianen en lopen vele termieten. Sommige mieren hier zijn wel 1,5 cm lang. We steken een riviertje over en klimmen weer over de gladde stronken naar boven. Een andere groep toeristen probeert ook even te rusten en fruit te eten, maar worden verstoord door het bezoek van zowel een Orang Oetang als een baviaan, die beiden ook trek lijken te hebben. Alles wordt snel weer in de rugzak weggestopt.
Na een schitterende tocht met een hoge luchtvochtigheid eindigen we aan de rand van de rivier, alwaar we een heerlijke lunch krijgen aangeboden. Lange broek uit, sandalen aan en dan stroomafwaarts de rivier af op rubber banden. De camera en kleding wordt in plastic tassen verpakt en vastgebonden op onze tube. In 20 minuten varen we naar beneden tussen de stroomversnellingen door. We arriveren weer bij ons hotel en kunnen heerlijk nagenieten van deze schitterende tocht en de mooie foto's.
Dreiging van Isis bij de Orang Oetangs
Berastagi - Bukit Lawang
We vertrekken vandaag richting het Leuser National Parc waar we op zoek zullen gaan naar Orang Oetangs. Hier is een opvang van deze dieren, die na gevangenschap weer geleerd worden om in de vrije natuur te overleven. De Orang Oetangs die hier leven zijn al weer vrijgelaten, maar keren in moeilijke tijden soms terug naar een voederplaats. Onderweg stoppen we nog bij een stalletje waar ze vleermuizen (Kalong) verkopen. Volgens de Indonesische gewoontes is het eten van vleermuis goed tegen astma.
Via Medan, waar het ontzettend druk is als gevolg van het uitgaan van de scholen, rijden we de jungle in. De weg wordt steeds slechter en aan weerszijden staan metershoge rietpalmen. Onze lodge is degene die het verst de jungle in ligt (Ecolodge). In de bus vertelt onze gids dat er 5 bommen zijn gevonden in Bukit Lawang. Deze zijn inmiddels onschadelijk gemaakt, maar de mensen zijn wel bang dat Isis aanhangers hier achter zitten. In het plaatsje zelf merk je echter niets meer van deze ophef.
Inmiddels zitten we buiten op ons balkon lekker relaxed naar de aapjes te kijken, die over de kabels van de hangbrug balanceren of achter elkaar aan slingeren in de lianen. Alle deuren en ramen moeten hier goed gesloten blijven, anders ben je zo je voorraad koekjes of fruit kwijt. Urenlang kan je naar deze aapjes blijven kijken zonder dat het begint te vervelen. Ik moet echt opletten dat ik niet teveel foto's maak :-).
De beklimming van de Sibayak
Berastagi
"Houdt u er rekening mee, dat de Sibayak beklimming een zeer pittige trekking betreft en er een zeer goede conditie is vereist. De beklimming duurt 3 tot 5 uur". Met deze informatie gaan we vandaag op pad. Lange broek aan, want boven kan het koud zijn, extra trui mee en onze regenponcho's. Genoeg te drinken, duswe kunnen op pad. De route naar boven begint met een geasfalteerde weg, die echter niet meer te berijden is. Een enkele scooter waagt het er nog op. Na enkele steile bochten bereiken we een plateau met enkele tentjes waar je nog wat proviand kunt inslaan. Nu begint de echte beklimming. Eerlijk gezegd is dit pad makkelijker en minder steil dan het eerste asfaltpad. Stukken door dicht jungle oerwoud en even later door rotsachtig landschap richting de plek waar stoom uit de grond komt. Langs het pad zien we steeds meer tenten staan, waar de lokale toeristen vannacht hebben overnacht. De meesten ontwaken net en bereiden hun ontbijt voor. Enkelen keren ook al weer terug. Gekleed met mutsen en handschoenen. De temperatuur is echter heerlijk om te lopen. Onderweg moeten we regelmatig stoppen, omdat onze gids ons niet kan volgen. Binnen een uur zijn we bij de kraterrand en zien we zwavel uit de grond spuiten. Ook hier weer veel tentjes van met name jongelui die hier naar toe zijn getrokken voor het weekend. Ontzettend gezellig natuurlijk, maar er zit ook een keerzijde aan. Afval opruimen doen ze hier niet. De hele berg ligt dus vol met rommel. Boven klimmen Roland en ik nog even verder om van het uitzicht aan de andere zijde te genieten. De gids blijft ter plekke op ons wachten. Shaya is in het hotel gebleven, omdat ze nog steeds last heeft van haar knie. Boven op de kam hebben we een schitterend uitzicht op Berastagi. Als we terugkeren blijken we in minder dan een half uur beneden te zijn. Onze gids staat helemaal versteld, terwijl wij zelf het gevoel hebben nog niet veel inspanning geleverd te hebben. Oftewel, deze trekking is absoluut niet zo zwaar als ze het hier doen voorkomen.
Op de weg terug richting het hotel bezoeken we nog kort de hot springs, die inmiddels omgebouwd zijn tot allemaal kleine zwembaden. Iedere familie maakt weer gebruik van een eigen bad. Veel van de oorspronkelijke natuur is er echter niet meer over.
De middag benutten we om lekker te luieren en lunchen op ons terras en in de namiddag trekken we het dorpje Berastagi weer in om ons te mengen in het dagelijkse leven van de Indonesiers. We ontdekken een andere markt dan gisteren, minder geciviliseerd, maar wel veel leuker. Hier wordt nog de echte tabak verkocht, allerhande zelfgemaakte lekkernijen, maar ook kippen en varkens. Na een heerlijk diner zit de dag er weer op en keren terug naar het hotel.
Onderweg naar de vulkanen van Berastagi
Samosir - Berastagi
Met de passagiersboot verlaten we het eiland weer. Om lange files bij de ferry te vermijden is onze chauffeur gisteren al weer naar het vasteland vertrokken. We rijden nog zo'n 100 km langs het Tobameer naar het noorden, alvorens we onze eerste stop hebben. Het weer is inmiddels beduidend minder geworden. We rijden door de nevel, die uiteindelijk overgaat in flinke regen. Op het hoogste punt van de krater kijken we uit over het meer, maar gaan dan snel naar binnen om gemberthee te proeven. Deze thee is scherp van smaak door alle ingredienten waarmee deze gemaakt is. Er zit gember in, kardamom, kaneel, bruine suiker en nog iets waarvan ik de naam niet meer weet. De thee is dusdanig pittig dat we maar een half kopje opkrijgen. Wel goed tegen de verkoudheid die we inmiddels hebben opgelopen door de airco in ons busje. We vevolgen onze reis langs het paleis van de koning van de 3e Batak stam in Pematang Purba, de Simakingun. Inmiddels hebben we de poncho's aangetrokken en hebben we paraplu's te leen gekregen. Het paleis geeft ons een inkijkje in de indeling van een traditionele Batakwoning. Met een laddertje klimmen we omhoog om naar binnen te gaan. Onder ons is de ruimte waar de dieren werden gehouden. We zien de ruimte waar gekookt werd en het grote slaapvertrek, waar iedereen verblijft zonder enige privacy. Tegenwoordig wonen er 8 gezinnen in een dergelijk huis. Onderverdeeld per "raam". Ook nu is er nog nauwelijks sprake van enige privacy en ieder gezin heeft een eigen kookplek. Er zijn geen bedden en er wordt gewoon op de grond geslapen, op een kleed.
We passeren nu een gebied dat iets vlakker is, waar vele boeren aktief zijn. Er worden kolen geteeld, wortelen, gember, aardappelen en koffie. Tussendoor prijkt een groot voetbalveld, waarop een waterbuffel ligt te slapen. Bij de waterval van Sipisopiso zien we het laatste deel van het Tobameer, om daarna nog verder landinwaarts te rijden. Na een korte lunch bij een klein lokaal tentje in Tongging rijden we het vulkaangebied in.
We wijken af van de hoofdweg om naar het dorp Dokan te rijden. Hier wonen de mensen van de Karo Batak nog in de longhouses op palen. Een lang huis waar elke familie een eigen plaats heeft. Soms wonen er wel 35 mensen in 1 huis. We bezoeken 1 van de huizen en zien hoe primitief het hier nog is. Geen toilet, dat wordt buiten gewoon gedaan, en geen aparte ruimtes. Terwijl wij binnen wandelen is 1 gezin aan het koken, terwijl even verderop twee vrouwen liggen te slapen op de grond. Buiten krioelt het van de kippen met hun kuikentjes. Overal moet je opletten dat je niet in de uitwerpselen stapt, want ook de lokale bevolking doet haar behoeften gewoon op straat.
We naderen nu Berastagi en zien zowel de Sinabung als Sibayak vulkaan voor ons opdoemen. Beide vulkanen zijn aktief, waarvan de laatste nog in 2015. Morgen zullen we deze vulkaan beklimmen. In Berastagi bezoeken we de lokale fruitmarkt. We proeven allerlei voor ons onbekende vruchten, zoals de heerlijke mangosteen. Het lijkt echter totaal niet op mango. Als je de vrucht ooent zie je wit vruchtvlees, dat erg lijkt op lychee, het is alleen zoeter van smaak. Ook de zoete passievrucht en mandarijnen worden ingeslagen.
We vertrekken nu naar ons hotel, een groot hotel iets buiten de stad en met een mooi uitzicht op de Sibayak vulkaan. De kamers zijn groot en prima verzorgd, het restaurant doet echter "Oostbloks" aan. Grote ruimte met vele grote tafels en weinig sfeer. 's Avonds belanden we daar in een verjaardagsfeest, met een zangeres, harde muziek en honderden mensen om ons heen. We proberen toch nog iets te eten te krijgen. Gelukkig is het hotelpersoneel erg behulpzaam en kunnen wij van achter uit de ruimte dit hele spektakel gadeslaan.
The day after ...
Samosir, Tuktuk
The day after.... Ook hier op Sumatra is het verschrikkelijke nieuws van de aanslag in Nice hard aangekomen. Zeker als je dan ook op Facebook de berichten van bekenden leest die daar ter plekke waren en het hebben zien gebeuren. Onmachtig zijn om te kunnen helpen en zelf ook vluchten voor hun leven. Dieptriest :-(.
Wij hebben het vandaag redelijk rustig aan gedaan. In de ochtend hebben we gewandeld op het eiland, met schitterend uitzicht op het Tobameer. De vegetatie is ook hier weer rijk en we zien schitterend gekleurde vogels en vlinders. Onderweg passeren we diberse authentieke Batakdorpjes met huizen in originele staat. Mooie zadeldaken, schitterend houtsnijwerk en verfijnde schilderdecoratie. De kinderen spelen onbezorgd buiten of zitten achter de TV, want ze hebben deze week nog vakantie. Tot slot bezoeken we nog de sarcofagen in het dorpje Tomok. De lunch wordt genuttigd in de eetkamer van een lokale familie. Uiteraard mag het ons aan niets ontbreken, dus er wordt steeds meer op tafel gezet.
Terug naar het hotel nu om lekker een middagje te relaxen aan het zwembad en weg te zakken achter een bananenlassi en Nicci French-boek.
Op weg naar het Tobameer en het eiland Samosir
Sipirok - Samosir
Het regent flink op het moment dat we wakker worden. Douchen is er vandaag niet echt bij, want we hebben alleen koud bruin water. Het ontbijt is simpel maar wel lekker, met wat toast en een omelet. Vandaag voert onze rit door het gebied van de Batak bevolking. Op 1 stroming na zijn de Batak allemaal christenen. Dat is ook direct te zien in de dorpjes, waar meerdere kerken te vinden zijn. De dorpjes zijn hier ook al iets welvarender. De Bataks hebben echter ook eigenaardige gewoontes. Dit zijn echt alleseters. Als er bij een restaurantje de code B1 vermeld wordt gaat dit niet om de vitamines, maar staat dit synoniem voor het feit dat ze hondenvlees serveren. Met een hele grote boog omheen lopen dus en alle honden die we zien daar uit de buurt houden. B2 staat voor varkensvlees, maar ook vleermuizen- en apenvlees wordt hier gewoon gegeten.
Onderweg stoppen we regelmatig om even bij te komen van de hobbelige en modderige wegen. Onze chauffeur Judi spreekt zelfs van een zwembad als we een diepe kuil met water moeten omzeilen, of zelfs vaker, moeten doorkruisen. De tussenstops benutten we met name om dingen te proeven. We startten met het proeven van een grote vrucht met wit vruchtvlees. De stank is echter enorm en de smaak echt verschrikkelijk vies. Deze doerian schijnt de potentie te verhogen, maar dan moet je wel erg hoge nood hebben wil je dit vrijwillig eten. Even later bezoeken we een gebied waar wierookbomen groeien en steken we ook een stukje aan. Op zich wel goed, dat verdrijft de lucht van de doerian een beetje (want dat zit nog steeds in je poriën).
De lokale kliniek wordt bezocht om een sanitaire stop te houden. We worden naar een hokje achter de kliniek gestuurd. Aan beide kanten kon je het gebouwtje binnen lopen zonder deuren, maar aan de ene kant was een vrouw zich aan het wassen en aan de andere kant stond een man halfnaakt een dier te ontleden. Niet echt een plek dus om naast te gaan zitten als vrouw. Terug dan maar naar de kliniek. Het blijkt dat ze daar toch een toilet hebben, maar geen water om weg te spoelen. Er wordt dus snel een emmer water voor ons gehaald en ons toilet is gereed. Eenmaal binnen in de kliniek zie je dat hygiene nog niet of nauwelijks bekend is in dit land. Alles is smerig, handschoenen worden meerdere keren gebruikt en alles ligt gewoon open en bloot. De wachtkamer is gewoon buiten voor het gebouwtje waar vier aaneengeschakelde stoelen staan. In deze klinieken vinden ook de bevallingen plaats. Een natuurlijke wijze van geboortebeperking zo lijkt het.
We vervolgen onze weg naar de kalkterrassen van Sipoholon met haar heetwaterbronnen. Het uitzicht is letterlijk oogverblindend. Zowel qua schoonheid, als door de zon die op de hagelwitte kalksteen schijnt. De zwavellucht laat ons echter snel doorlopen naar andere delen, waar de rotte eieren lucht gelukkig iets beter te verdragen is. Het water is zo heet dat het bijna kookt en regelmatig omhoog spuit. Een machtig mooi natuurspektakel. We mogen hier nog op de terrassen lopen, daar waar dit in Pamukkale (Turkije) al tijden niet meer mag. Even later bezoeken we nog een pindabranderij (opgestookt houtvuur met daarboven een grote pan met pinda's en zand, die regelmatig omgeschept moet worden). Zwaar werk in een verzengende hitte. We zijn dan ook blij dat we even later op een ananasplantage komen, waar we heerlijk kunnen genieten van een verse en frisse ananas. Ook de lokale politie stopt even voor een stuk ananas, maar zij eten het met zout....
In Balige stoppen we nog een laatste maaL, voordat we bij het Tobameer aankomen. Dit keer om een lokale markt te bezoeken met een kleurexplosie van groenten, kruiden en specerijen. We kopen daar nog een soort bananen- en casave-oliebollen. Erg lekker moet ik zeggen. Hier doen ze de bruine suiker al in het deeg, daar waar wij in Nederland achteraf de poedersuiker erover gooien.
In Parapat, gelegen aan het Tobameer (ook dit is weer een groot kratermeer), nemen we de passagiersboot in plaats van de ferryboot, omdat daar een enorme file schijnt te staan. We nemen onze koffers mee aan boord en onze chauffeur zullen we waarschijnlijk pas weer laat in de avond zien. Aan boord een tweetal Fransen, een Antwerpse, een stel uit Mechelen en nog menig backpacker. Je merkt dat dit een echt toeristeneiland is. Met de boot worden we tot aan ons hotel gebracht. DIt hotel is een hemelsbreed verschil met alle vorige hotels, maar hoe kan het ook bijna anders. Dit hotel wordt geleid door een Duitse. De schitterende cottages hebben uitzicht op het meer, de tuin en het zwembad. We hebben zelfs een bad waar direct dankbaar gebruik van wordt gemaakt, een prive zitje buiten met hangmat en heel veel ruimte in de kamer, die geheel gemeubileerd is met bamboe meubelen. De buitenkant van het huisje is schitterend gedecoreerd met houtsnijwerk. Heerlijk relaxen dus na een lange rit.